Onder de prikkelende kop “Meer boeren, minder koeien?” hield PRO op 9 oktober in Noorbeek een politiek café over de landbouwtransitie in Eijsden-Margraten. De opkomst was stevig: er waren dik 20 aanmeldingen maar er verschenen meer dan 40 mensen.
Aanleiding : de gemeente werkt aan een Landbouw visie. PRO wil daar haar inbreng bij leveren.
Doel : ideeën en input ophalen om ons verkiezingsprogramma op dit gebied aan te scherpen.
én : kennis en bewustzijn van thema’s rondom de landbouwtransitie verbreden en verdiepen.
Keuzes voor de boer:
- Mee in de “rat race” : meer, groter, intensiever, maximalisatie, steeds afhankelijker?
of - Stoppen, via opkoopregeling, of aan de hoogste bieder?
of - Alternatieven zoeken zoals :
– Alternatieve landbouwsystemen : terug naar het land, herenboeren….
– Specialisatie, alternatieve gewassen als wijnbouw, bouwmaterialen, bomen/hout…
– Bedrijfsverbreding als bijv. : dagbesteding, korte ketens, toeristisch nevenbedrijf
Enkele Kaders :
Nationale trend : het aantal boerenbedrijven is in de laatste 25 jaar ongeveer gehalveerd. En die trend zet zich door. Aangezien de hoeveelheid beschikbare grond nauwelijks is afgenomen betekent dit een enorme schaalvergroting : bedrijven groeien of worden overgenomen, het aandeel kleine bedrijven neemt sterk af.
In Eijsden-Margraten zijn momenteel zo’n 160 boerenbedrijven gevestigd. 2/3 van de boeren in E-M is ouder dan 50 en daarvan heeft slechts 40% een opvolger of duidelijkheid over opvolging : in de komende 20 jaar verdwijnen alleen al door vergrijzing (mogelijk) hiervan zo’n 60 bedrijven. Daarnaast leggen steeds meer bedrijven het loodje door autonome ontwikkelingen:
Autonome ontwikkelingen :
- De boer als radertje in de mondiale agro-industrie : toeleveranciers, afnemers, banken, (internationale) markten en regelgeving
- Noodgedwongen schaalvergroting om rendabel te blijven: investeringen in nieuwe techniek, veranderlijke en veranderende regelgeving, stikstof maatregelen, mestderegulatie, fosfor, beperkingen bestrijdingsmiddelen leiden tot kosten verhoging zonder dat daar hogere opbrengsten tegenover staan
- Toenemende regeldruk a.g.v. stikstofcrisis, het eindigen van de mestderogatieregeling, slechte waterkwaliteit door uitspoelen meststoffen en landbouwgif
- Groeiende afhankelijkheid van externe factoren, internationale ontwikkelingen en instabiliteit, bijvoorbeeld verschuiving fruitproductie naar Oost-Europa
Kernpunten Guus Lardinois van Mergellandei en René Keulen van biologisch bedrijf Koeberg
- Bij voortzetting bedrijf zijn essentieel: realistisch verdienmodel en perspectief op lange termijn. Het is aan de overheid om dit met consistent beleid te borgen. Helaas gaat dit vaak mis, er is sprake van zwabberbeleid en korte termijn denken.
- Kleinschaligheid van het Limburgse landschap, en de onregelmatige percelen in de heuvels, maken schaalvergroting en de inzet van nieuwe technieken moeilijker, lees : duurder dan bijvoorbeeld in de Flevopolder
- Ook Limburg zit op een “stikstof slot” : nieuwe ontwikkelingen die voor meer stikstof productie zorgen mogen niet meer, zelfs als die ontwikkelingen uiteindelijk zorgen voor een stikstof reductie. Eerst zorgen voor minder stikstof depositie op natuurgebieden, verbetering waterkwaliteit, voordat er weer wat nieuws mag. Nieuw beleid voor de landbouw transitie in bij voorbeeld LPLG, LOS, POVI, opkoopregelingen bieden wellicht perspectief, maar dat is nu nog niet heel duidelijk. En altijd moeten er concrete natuurherstelmaatregelen worden getroffen.
- Vanuit de gemeente ervaren alternatieve ondernemers weinig pro-actieve steun, contact is vaak moeizaam concrete hulp spaarzaam. Alternatieve bedrijven worden bijvoorbeeld nooit genoemd in de nieuwsbrief van de gemeente. De Vereniging Biologische Limburg vertegenwoordigt de belangen van biologische boeren bij met name de provincie, LLTB heeft ook een contact persoon.
- Regeldruk is kostbaar, allerlei vereiste controles en administratie is voor kleine boeren relatief duur, want die kosten zijn niet inkomen-gerelateerd : grote boeren kunnen vaste kosten verdelen over een veel grotere omzet, dus zijn relatief goedkoper uit, dus meer druk richting schaalvergroting.
- Regelgeving pakt vaak (onbedoeld) slecht uit voor alternatieve boeren. Veel alternatieve boeren zitten in/rond natuurgebieden en worden nu extra zwaar geraakt door beperkingen. Een van de gekke dingen is, dat drijfmest mag worden toegepast op andermans percelen, maar maar dat dat voor vaste mest niet geldt. Vaste mest moet buiten het eigen bedrijf als afval worden verwerkt of afgevoerd, tegen hogere kosten.
Wat we meenamen uit de discussie :
- Eerlijke prijzen helpen alternatieve boeren aan een volwaardig inkomen, Maar dat is uiteindelijk aan de consument, en die blijkt toch meestal voor goedkoop te kiezen.
- Cittaslow is nu een papieren tijger, een marketing tool. Maak het een kernwaarde van de gemeente als basis voor beleid voor inclusieve landbouw
- Waar staan we nu met een “stem voor de natuur”, kunnen we die niet inzetten. Uitleg : de gemeente heeft tot nu toe vooral “mee gestribbeld” om het idee van Stem voor de natuur uit te werken, maar inmiddels is er dan toch een (enthousiast) onderzoeksteam van de WUR aan de slag om kaders en randvoorwaarden te onderzoeken. Eerste verslag wordt in de nabije toekomst verwacht. Maar dan is er nog een lange weg te gaan totdat we tot concrete resultaten komen….
- Regionale vergisting van mest zou een nuttig initiatief zijn, maar hangt voorlopig nog vast in allerlei regelgeving. De provincie schijnt er echter mee bezig te zijn… Het is de vraag of (semi)industriële mestvergisting goed in het Heuvelland in te passen is.
- Er “borrelen” een heleboel burgerinitiatieven voor vormen van Korte Ketens en voedsel productie voor directe afnemers. Dit verdient beleidsmatige steun vanuit de gemeente
- “Minder koeien” is misschien een nobel streven in het kader van de stikstofreductie, maar dat betekent ook minder grasland. Grasland is milieutechnisch altijd beter dan akkerbouw, en gaat zeker in onze heuvels ook wateroverlast tegen. Voorkom ten alle tijden dat nog meer grasland wordt omgezet naar intensieve akkerbouw!
- Minder intensieve veehouderij kan daartegenover juist méér grasland betekenen: geen raaigras op dode bodem, maar door vee begraasde weides, waarin het bodemleven floreert. Ook voorkomt het vorming van stikstofverspreider ammoniak omdat uitwerpselen en urine gescheiden blijven.
- In Limburg is 3% van de bedrijven biologisch, dus 97% niet.. Als je echt impact wilt maken, zorg dan dat die 97% stapjes maken, dan is je eindresultaat veel hoger dan als je alleen op die heel kleine subgroep focust.
Tot slot werd nog gewezen op 2 interessante boekwerkjes:
Uit de Shit – Thomas Oudman – uitgegeven door De Correspondent – als e-book direct te downloaden – € 7,50
De wereld en de aarde – David van Reijbroek – uitgegeven door de Bezige Bij – als e-book direct te downloaden – € 8,99

